Capriles: cijfers over suïcide Curaçao bestaan wel, maar registratie is versnipperd

· - leestijd 4 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Curaçao beschikt wel degelijk over cijfers over mensen die door suïcide overlijden, maar die gegevens liggen verspreid over verschillende instanties en komen niet altijd met elkaar overeen. Voor suïcidepogingen ontbreekt helemaal een centrale registratie. Dat zegt psychiater Gabriel Rendon, medisch directeur van Klinika Capriles. Op basis van de beschikbare gegevens die hij voor 2021 heeft onderzocht, komt hij voor Curaçao uit op ongeveer 6,2 sterfgevallen door suïcide per 100.000 inwoners.


Rendon nuanceert daarmee het beeld dat actuele cijfers over suïcide op Curaçao ontbreken. Het probleem is volgens hem vooral dat de gegevens niet centraal beschikbaar zijn.

De epidemiologische dienst beschikt over gegevens uit overlijdensverklaringen, terwijl ook de forensisch arts een eigen registratie bijhoudt. Klinika Capriles en andere zorginstellingen verzamelen daarnaast eigen informatie.

„Elke instelling heeft zijn eigen data”, zegt Rendon. Er bestaat volgens hem geen systeem waarbij alle relevante informatie over suïcide automatisch bij één centrale instantie terechtkomt. Daardoor ontbreekt een volledig eilandbreed overzicht waarmee ontwikkelingen kunnen worden gevolgd en de werking van preventiebeleid kan worden gemeten.

Registraties verschillen

Rendon heeft de afgelopen jaren geprobeerd verschillende databronnen naast elkaar te leggen. Daarbij maakte hij onder meer gebruik van cijfers van de epidemiologische dienst en de forensisch arts.

Die registraties leveren niet altijd exact hetzelfde beeld op. Volgens Rendon zijn de verschillen doorgaans beperkt, maar was er in ten minste één jaar sprake van een duidelijk verschil tussen beide bronnen.

Ook onderregistratie kan volgens hem niet volledig worden uitgesloten. Een overlijden wordt mogelijk niet in alle gevallen als suïcide geregistreerd, bijvoorbeeld wanneer onzekerheid bestaat over de intentie of wanneer stigma een rol speelt. Rendon benadrukt dat dit achteraf moeilijk vast te stellen is.

Daarnaast worden sommige overlijdens geregistreerd als een externe doodsoorzaak waarvan de intentie onbepaald is. Daar zouden gevallen van suïcide tussen kunnen zitten, maar daarvoor bestaat volgens Rendon onvoldoende bewijs.

6,2 per 100.000 inwoners

Voor 2021 komt Rendon op basis van de door hem onderzochte gegevens uit op ongeveer 6,2 sterfgevallen door suïcide per 100.000 inwoners.

Dat lag dat jaar onder het door hem gebruikte vergelijkingscijfer voor de regio van de Amerika’s van ongeveer 9,2 per 100.000 inwoners. Wereldwijd lag het cijfer volgens dezelfde vergelijking rond 8,9 per 100.000.

Het verschil tussen mannen en vrouwen is groot. Volgens de Curaçaose gegevens overlijden ongeveer zes keer zoveel mannen als vrouwen door suïcide. Dat sluit aan bij het internationale patroon waarbij mannen vaker overlijden door suïcide, terwijl suïcidepogingen vaker bij vrouwen worden geregistreerd.

Over de periode 2008 tot en met 2017 stond suïcide volgens de door Rendon gebruikte Curaçaose gegevens op de vijfde plaats onder externe doodsoorzaken. Bij jongeren van 15 tot en met 24 jaar stond suïcide op de derde plaats.

Bij externe doodsoorzaken gaat het niet om overlijden door ziekte, maar onder meer om verkeersongevallen, geweld en suïcide.

Pogingen blijven grotendeels buiten beeld

Veel groter is het informatiegat bij mensen die een suïcidepoging overleven. Curaçao beschikt volgens Rendon niet over een centrale registratie van deze gevallen.

Ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen een poging wel registreren als diagnose, maar deze gegevens worden niet systematisch op één plaats verzameld en gedeeld. Daardoor is niet betrouwbaar vast te stellen hoeveel mensen jaarlijks op Curaçao een suïcidepoging doen.

Juist voor preventie is die informatie volgens Rendon van groot belang. Alleen naar sterfgevallen kijken, zegt weinig over de veel grotere groep mensen die mogelijk in een eerder stadium met hulp kan worden bereikt.

Klinika Capriles heeft samen met GMN, de Dutch Caribbean Mental Health Federation, de University of Waterloo en interRAI deelgenomen aan een internationale pilot met een vragenlijst over onder meer psychische gezondheid, slaap, alcoholgebruik, kwaliteit van leven en suïcidale gedachten.

In een eerste groep van ongeveer honderd mensen uit de patiëntenpopulatie van Capriles meldde 45 procent ooit suïcidale gedachten te hebben gehad. Ongeveer 30 procent gaf aan ooit een suïcidepoging te hebben gedaan.

Rendon benadrukt dat deze groep niet representatief is voor de Curaçaose bevolking. De percentages kunnen daarom niet worden vertaald naar het hele eiland.

Geen aparte 24-uurs suïcidelijn

Ook de bereikbaarheid van hulp kan volgens Rendon beter. Curaçao heeft geen aparte, 24 uur per dag bereikbare suïcidepreventielijn zoals 113 in Nederland.

Tijdens kantooruren kunnen mensen doorgaans terecht bij PSI Skuchami of bij hun huisarts. Vanaf ongeveer 17.00 uur tot 08.00 uur ligt de eerste opvang onder meer bij de Huisartsenpost en dienstdoende huisartsen.

De crisisdienst van PSI Skuchami kan vervolgens worden ingeschakeld om de situatie te beoordelen en advies te geven over het vervolg. Dat kan bijvoorbeeld ambulante begeleiding zijn, opname op de PAAZ-afdeling van het Curaçao Medical Center of verwijzing naar Klinika Capriles.

Bij direct lichamelijk gevaar of letsel moet medische spoedzorg worden ingeschakeld.

Het verbeteren van de toegankelijkheid en samenhang van deze hulp is een van de onderwerpen binnen het nieuwe Nationale Beleidskader Suïcidepreventie Curaçao 2026–2030, Biba Bida.

Vijftig huisartsen trainen

Een ander onderdeel is vroegsignalering. Rendon, GGz Curaçao en GMN werken samen met de Pan American Health Organization en de Wereldgezondheidsorganisatie aan het Mental Health Gap Action Programme, mhGAP.

Daarbij worden huisartsen en andere eerstelijnsprofessionals getraind in het herkennen van psychische problemen en suïcidaliteit. Zij leren ook hoe zij ernaar kunnen vragen en welke eerste interventies mogelijk zijn voordat gespecialiseerde psychiatrische hulp beschikbaar komt.

In november staat een derde trainingsronde gepland. Het doel is uiteindelijk vijftig huisartsen te bereiken.

Daarnaast worden zes mensen lokaal tot trainer opgeleid: vijf huisartsen en een communicatieadviseur van GGz Curaçao. Zij moeten de kennis vervolgens verder kunnen verspreiden.

Volgens Rendon moet vroegsignalering uiteindelijk veel breder worden georganiseerd. Niet alleen artsen, maar ook leraren, politieagenten, maatschappelijk werkers en mensen binnen gemeenschappen moeten waarschuwingssignalen leren herkennen en weten waar iemand hulp kan krijgen.

Praten in plaats van verzwijgen

Rendon wil daarnaast het stigma rond suïcide doorbreken. De gedachte dat iemand door over suïcide te praten op het idee kan worden gebracht zichzelf iets aan te doen, klopt volgens hem niet. Zorgvuldig vragen naar suïcidale gedachten kan juist een opening bieden om hulp te zoeken.

Tegelijkertijd waarschuwt hij voor sensationele berichtgeving, het beschrijven van methoden en locaties en het verspreiden van beelden. Media zouden volgens hem naast het nieuws over een incident ook aandacht moeten besteden aan hulp, herstel en preventie.

Het nieuwe beleidskader biedt volgens Rendon de mogelijkheid om de huidige versnippering structureel aan te pakken. Daarvoor zijn middelen nodig voor betere registratie, interventies op scholen en toegankelijkere zorg. Ook zullen instellingen gegevens beter met elkaar moeten delen.

„Als je er niet over praat, betekent dat niet dat het niet bestaat”, zegt Rendon. „Het wordt juist erger.”


Heb je naar aanleiding van dit artikel behoefte om met iemand te praten over suïcidale gedachten of psychische problemen? Op Curaçao kun je tijdens kantooruren contact opnemen met PSI Skuchami via 738-8717 of met je huisarts. Buiten kantooruren kun je de Huisartsenpost (HAP) bellen via 9252.


160 keer gelezen

Deel dit artikel: